Gerda Verburg over de Boreftse Ruiters

 

 

                              

80 jaar Boreftse Ruiters volgens Gerda Verburg

 

Reünie zaterdag 3 september 2011

 

80 jaar Boreftse Ruiters. Daarvan heb ik ruim 40 jaar meegemaakt.

Op mijn 10e verjaardag mocht ik met mijn vader en oom mee naar de Utrechtse Paardendagen. Een feest. Het paardenvirus sloeg toe, ik was verkocht en wilde zelf gaan paardrijden. Gelukkig hadden we Hans, een Gelderse ruin, waarmee ik lid mocht worden van de Boreftse Ruiters. De instructeur heeft mijn ouders wel eens gevraagd of ze geen pony voor mij wilden kopen. Dat ging niet, spraken mijn ouders, want er waren nog 9 broers en zussen die dan zo ook hun wensen hadden. En gelijke behandeling stond in huize Verburg hoog in het vaandel. Voor de eerste onderlinge wedstrijd mocht ik een zadel en hoofdstel lenen bij de familie Vergunst. Laarzen en een zweepje kreeg ik voor mijn verjaardag en voor de rest moest ik maar gaan sparen. Dat deed ik door te gaan melk monsteren bij boeren, van Waddinxveen tot Nieuwerbrug. Goed voor de conditie, ik deed alles op de fiets, leerzaam, een goede basis voor mijn latere ministerschap, en effectief om te sparen voor mijn eerste zadel met verende boom.

In de zomer trainden we bij de familie de Wit in Zwammerdam, in de winter trokken we er de hele zaterdagochtend voor uit om in de manege aan de Noordzijde -bij Theo en Annemarie- te gaan rijden.

Op de terugweg trakteerden we om de beurt op een krentenbol uit de bakkerskar van van Zelderen.

Met de 5 à 6 streekwedstrijden per jaar waren we een hele dag druk. Soms gingen we onder het zadel naar de wedstrijd, waarbij een van ons het paard voor de bandenwagen spande om alle spullen mee te nemen. Vaker had Henk van Dommelen een paar stopplaatsen om met zijn vrachtwagen onze paarden op te laden. We reden dressuur, we sprongen en soms reden we 4- of 8-tal. Met een zak witte puntjes (vers van bakker Blom) en een paar appels had ik voor de hele dag proviand. Het paard liet ik tussendoor grazen en drinken. Een terugkerend hoogtepunt waren de parade en de prijsuitreiking. Nog 1 keer je paard op zijn best laten zien en hopen op prijzen. Mijn geluk kon niet op als ik met het vaandel of voorop mocht rijden.

 

De Boreftse Ruiters waren vaak actief in en rond Bodegraven. We reden de Kaaskoningin met paard en koets en escorteerden. Datzelfde gebeurde ieder jaar met de intocht van Sinterklaas. Zo spekten we de kas en wisten Emmy Hofland ( palfrenier) en ik altijd als eerste wie de kaaskoningin van dat jaar was. Ook de ruiteravond, het ponykamp en de strandrit waren een jaarlijkse hoogtepunt. En natuurlijk zadelden we paarden en pony’s bij rouw en trouw.

Ik heb op verschillende plaatsen in Nederland gewoond maar besloot mijn leven lang lid te blijven van de Boreftse Ruiters. 

 

Onze generatie mag staan op de schouders van de oprichters die in 1931 onze  club hebben opgericht. Terwijl de huidige dragers van de Boreftse Ruiters op onze schouders mogen staan om de club krachtig naar het eeuwfeest te stuwen. Paardrijden is prachtig, een vereniging bindt en verbindt en ons Groene Hart zonder landelijke rijvereniging de Boreftse Ruiters is ondenkbaar.

Hoewel ik in Rome werk, probeer ik er 3 september 2011 bij te zijn. Ik kijk uit naar een mooi spektakel en veel bekende gezichten.     

 

Graag tot ziens,

 

Gerda Verburg